maandag 18 april 2011

Alweer is het zo ver, we zijn allebei in dezelfde kroeg en we bewaren onze afstand. Om een of andere vreemde reden sta ik op jouw vaste plek, en jij aan de andere kant van de bar. Op deze plek kan ik veel stiekemer naar je kijken, en ik moet lachen om deze gedachte. Wat een mietje ben ik toch ook, zelfs jij maakt geen gebruik van het stiekeme hoekje om je achter te verschuilen als jij je ogen op mij laat rusten. Ik wel. Ik kijk stiekem, het verbaast me dat je met je rug naar me toe staat. Het verbaast me niet alleen, ik vind het ook nog eens heel erg vervelend. Ik was haast gewend aan je onafgewende blik op mij. Waarom kijk je niet naar me? Ik kijk toch ook naar jou? Ik voel me afgewezen, besluit om niet meer naar je te kijken. Ik draai me om en meng me in het gezelschap waar ik mee ben. Ik draai mijn hoofd om een biertje naast me van de rand af te pakken en als ik me terugdraai sta je voor mijn neus. Je gezicht zó dichtbij het mijne, de schrik moet van mijn gelaat af te lezen zijn. Ik ben in de war, waarom sta je hier terwijl al je vrienden aan de andere kant zijn? Je bukt een beetje, nu begrijp ik het. Je jas hangt achter mij. Ik wil 'Oh, sorry!' zeggen met een lach maar terwijl ik praat besef ik me hoe breekbaar en zacht mijn stem klinkt. Mijn wangen kleuren zich rood, je glimlacht voor je uit. God, wat ben jij toch verschrikkelijk mooi. Mijn hart racet in mijn keel, bonkt in mijn hoofd en legt een knoop in mijn tong. Ik kan geen woord uitbrengen, durf je niet aan te kijken en kijk dus maar hulpeloos naar mijn vriendinnetje. Die heeft het allang door, en grijnst een beetje naar me. Zodra je weg bent komt zij naar me toe, 'Wat was dat?'
Ik antwoord naar alle eerlijkheid dat ik niet gelijk doorhad dat jij je jas wilde pakken, en dat ik daarna niets meer uit kon brengen.
Het zou zo veel makkelijker zijn als ik tegen je kon praten, je aan kon kijken. Als ik je gewoon kon vertellen wat ik voel voor jou.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen